Complicaties van een ERCP
Een ERCP is een behandeling met echte risico's. Uw arts weegt die af tegen het risico van niets doen, zoals een galweg die afgesloten blijft. Hier staan de cijfers uit de Europese richtlijn, en wat er gedaan wordt om ze klein te houden.

35 van de 1000
De meest voorkomende complicatie, met buikpijn die uitstraalt naar de rug. In ongeveer 6 van de 10 gevallen is hij mild. In de ESGE-richtlijn 3,5 tot 9,7 procent, afhankelijk van wie de ERCP krijgt. Daarom krijgt bijna iedereen vooraf een zetpil met een ontstekingsremmer.
Getallen uit een analyse van 21 studies met 16.855 patiënten (Andriulli, 2007) en de Europese richtlijn over complicaties van ERCP (ESGE, 2020).
Alle complicaties op een rij
| Complicatie | Hoe vaak |
|---|---|
| Alvleesklierontsteking | 3,5 tot 9,7 procent |
| Galwegontsteking | 0,5 tot 3 procent |
| Galblaasontsteking | 0,5 tot 5,2 procent (het hoogst na een metalen stent) |
| Bloeding | 0,3 tot 9,6 procent |
| Gaatje in darm of galweg | 0,08 tot 0,6 procent |
Bron: de Europese richtlijn over complicaties van ERCP (ESGE, 2020). De bandbreedte is groot omdat de studies verschillende groepen patiënten en ingrepen bekeken.
Alvleesklierontsteking
De papil is ook de uitgang van de alvleesklier. Raakt die geprikkeld, dan kan de alvleesklier ontsteken. U merkt dat aan buikpijn die erger wordt, vaak uitstralend naar de rug, en soms braken. In ongeveer 6 van de 10 gevallen is de ontsteking mild.
Wat ervoor zorgt dat het minder vaak gebeurt
- Een zetpil met diclofenac of indometacine (100 mg) vlak voor de ERCP, voor iedereen die dat mag. In een grote studie bij mensen met een hoog risico daalde de kans van 16,9 naar 9,2 procent.
- Bij een hoog risico soms een klein stentje in de afvoergang van de alvleesklier.
- Extra vocht via het infuus helpt niet bovenop de zetpil. Dat bleek uit een Nederlandse studie in 22 ziekenhuizen.
Bloeding
Een bloeding komt vooral na een sneetje in de papil. Die stopt meestal vanzelf, of de arts stelpt hem meteen tijdens de ERCP. Een bloeding kan ook pas 1 tot 2 weken later komen. Zwarte ontlasting, bloed bij de ontlasting of bloed braken: bel dan dezelfde dag.
Daarom is het belangrijk om bloedverdunners precies volgens het schema van uw ziekenhuis te stoppen en weer te starten.
Infectie en perforatie
Achter een stent of een galweg die niet goed leegloopt, kan een ontsteking ontstaan, met koorts en rillingen. Antibiotica krijgt u niet standaard, wel als de gal niet helemaal kan weglopen of als uw afweer verzwakt is.
Een gaatje in de darm of galweg is zeldzaam: bij minder dan 1 op de 100. De Europese richtlijn noemt 0,08 tot 0,6 procent.
In een zeer klein aantal gevallen is er via een scoop een infectie overgedragen. Het St. Antonius Ziekenhuis noemt dat in zijn folder, met een verwijzing naar een brief van de beroepsverenigingen.
Wie loopt meer risico?
Op een alvleesklierontsteking: vrouwen, mensen die eerder een alvleesklierontsteking hadden (ook na een eerdere ERCP), jongere mensen, en mensen bij wie het lastig is om bij de galweg te komen.
Op een hogere leeftijd zijn bloedingen en hart- en longproblemen vaker. Boven de 80 jaar is het risico om aan de ingreep te overlijden ongeveer verdubbeld.
Ervaring telt: bij artsen die minder dan 200 ERCP's deden, waren complicaties vaker. Bij grote ziekenhuizen was dat verschil er niet.
Vraag uw arts gerust hoe groot de risico's voor u zijn, en wat er gebeurt als u geen ERCP krijgt.
Vragen over risico's
Hoe groot is de kans op een alvleesklierontsteking na een ERCP?
In grote analyses 3,5 tot 9,7 procent. Bij mensen met een verhoogd risico, zoals vrouwen en mensen die al eerder een alvleesklierontsteking hadden, ligt het hoger. Meestal is de ontsteking mild. Een zetpil vooraf verkleint de kans.
Is een ERCP gevaarlijk voor ouderen?
Op hogere leeftijd zijn de risico's groter. Boven de 90 jaar komen bloedingen, hart- en longproblemen en overlijden twee tot drie keer zo vaak voor. Uw arts weegt dat met u af tegen het risico van een galweg die afgesloten blijft.